be nl false false Default
Reclame

Waarom goudmijnbouwers veerkrachtiger zijn dan hun kosten doen vermoeden

12 augustus 2026

Goud bleef in juli boven de $4.000, terwijl mijnbouwbedrijven te maken kregen met volatiliteit, maar recordmarges suggereren dat de zorgen over de kosten mogelijk overdreven zijn.

Belangrijkste conclusies

  • Goud bleef in juli boven $4.000 per ounce, terwijl aandelen van goudmijnbedrijven een volatiele maand doormaakten.
  • Stijgende productiekosten blijven een belangrijk aandachtspunt, maar de goudprijs is tijdens de huidige cyclus veel sneller gestegen dan de mijnbouwkosten.
  • Sterke marges blijven de vrije kasstroom, een gedisciplineerde kapitaalallocatie en investeringen in toekomstige productie ondersteunen.
  • In het verleden behaalde resultaten zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten. Beleggen brengt risico’s met zich mee, waaronder het mogelijke verlies van de hoofdsom.

Een stabiele maand voor goud, een volatiele maand voor goudmijnbedrijven

Goud boekte over de maand een lichte winst (+0,95%) en sloot op 31 juli op $4.046,15, twee dagen nadat de Amerikaanse Federal Reserve op haar vergadering in juli had aangekondigd de rente ongewijzigd te laten. Goud bleef boven $4.000 per ounce, terwijl beleggers de vooruitzichten voor het monetaire beleid en de volgende vergadering van het Federal Open Market Committee, gepland voor 16 september, bleven beoordelen.1

Volgens het rapport Q2 2026 Gold Demand Trends van de World Gold Council bleef de totale vraag naar goud stabiel op 1.269 ton, onveranderd op jaarbasis en 1% hoger ten opzichte van het voorgaande kwartaal, waarbij een zwakkere beleggingsvraag werd gecompenseerd door sterkere aankopen van centrale banken. Het was een volatiele maand voor aandelen van goudmijnbedrijven, die begin juli herstelden, waarna het momentum afnam toen goud terugviel. De MarketVector Global Gold Miners Index (MVGDXTR) daalde over de maand met 1,26%.2

Beleggen brengt risico’s met zich mee, waaronder het mogelijke verlies van de hoofdsom.

De impact van stijgende productiekosten op goudmijnbedrijven

Een van de meest voorkomende zorgen die wij horen van beleggers die een allocatie naar aandelen van goudmijnbedrijven overwegen, is het risico dat deze zwaar worden geraakt door stijgende productiekosten. Dat is een terechte zorg in een omgeving die wordt gekenmerkt door geopolitieke spanningen, hoge energieprijzen en aanhoudende inflatie. Wij denken echter dat deze zorg grotendeels overdreven is. De goudmijnsector kent in dit opzicht een bijzonder kenmerk: juist de krachten die beleggers het meest vrezen omdat zij druk kunnen zetten op goudmijnbedrijven, zijn in veel gevallen dezelfde krachten die de goudprijs opdrijven.

Om te begrijpen waarom mijnbouwbedrijven beter gepositioneerd zijn dan hun kostenstructuren op het eerste gezicht suggereren, helpt het om bij goud zelf te beginnen. Goud heeft een goed gedocumenteerde historische relatie met inflatie. Tijdens de inflatiegolf van de jaren 70 steeg goud in reële termen sterk. Tijdens het tijdperk van kwantitatieve verruiming na 2008 en opnieuw na de stimuleringsmaatregelen in de COVID-periode reageerde goud op dezelfde monetaire en budgettaire krachten die de kosten van vrijwel alles opdreven.

Dit is van groot belang voor mijnbouwbedrijven. In tegenstelling tot de meeste industriële bedrijven, waar stijgende inputkosten de marges onder druk zetten zonder een overeenkomstige compensatie aan de omzetzijde, profiteren goudmijnbedrijven van een natuurlijke hedge: dezelfde macro-economische omgeving die druk zet op hun kostenstructuur, waaronder inflatie, valutaontwaarding en monetaire onzekerheid, heeft historisch gezien tegelijkertijd hun belangrijkste omzetmotor, de goudprijs, opgedreven. Dit is een structureel kenmerk van deze activaklasse dat volgens ons niet breed wordt onderkend.

De huidige bullmarkt in goud heeft iets opgeleverd wat de cyclus van 2000–2011 grotendeels niet wist te realiseren: aanhoudende marge-expansie. De mijnbouwbedrijven van vandaag volgen een fundamenteel andere benadering: zij handhaven een strikte kostendiscipline, voeren operationele verbeteringen door om de sectorbrede kosteninflatie tegen te gaan en werken met conservatieve grondstoffenstrategieën die zijn gebaseerd op goudprijzen die ruim onder de spotprijs liggen. Ook hebben zij de kwaliteitsverslechtering vermeden die eerdere cycli kenmerkte. Het resultaat is dat de goudprijs veel sneller is gestegen dan de mijnbouwkosten, waardoor de marges naar historisch hoge niveaus zijn opgelopen.

De geopolitieke link: waarom zorgen over energie de goudprijs kunnen ondersteunen

Deze “natuurlijke hedge” die wij voor de goudmijnindustrie benadrukken, is momenteel zichtbaar op de energiemarkten. Beleggers kijken naar hoge olie- en dieselprijzen en maken zich terecht zorgen over de operationele kosten van mijnbouwbedrijven. Het is echter de moeite waard om stil te staan bij de reden waarom energieprijzen hoog zijn. Een belangrijke oorzaak is geopolitieke instabiliteit, waaronder conflicten in het Midden-Oosten, de oorlog in Oekraïne, de fragmentatie van mondiale toeleveringsketens en toenemend grondstoffennationalisme. Dat zijn precies de omstandigheden waarin goud historisch gezien zijn belangrijkste rol heeft vervuld: die van veilige haven in tijden van onzekerheid.

Wat kost het om één ounce goud te winnen?

Een deel van de reden waarom zorgen over energiekosten overdreven zijn, is dat veel beleggers overschatten welk deel van de kostenstructuur daadwerkelijk door brandstof wordt bepaald. De realiteit van een typische uitsplitsing van de all-in sustaining cost (AISC) ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Arbeid: ~35–50% van de AISC, de grootste afzonderlijke kostenpost
  • Brandstof en energie: ~15–20% van de AISC
  • Verbruiksgoederen (staal, explosieven, reagentia, banden): ~15-20%
  • Overig/royalty’s: ~10–20%

Kijk bijvoorbeeld naar de uitsplitsing van de directe operationele kosten van Newmont voor 2026 (zie grafiek hieronder). Newmont, het grootste goudmijnbedrijf ter wereld, ging voor 2026 uit van een Brent-prijs van $70 per vat. Het bedrijf schat dat elke beweging van $10 per vat in de Brent-olieprijs de kosten met +/- $60 miljoen zou doen veranderen, wat neerkomt op ongeveer $11 per geproduceerde ounce goud. Dat is goed beheersbaar, vooral bij de huidige goudprijsniveaus, waar de operationele marges uitzonderlijk sterk blijven.

Directe operationele kosten per categorie

De procentuele verdeling voor 2026 blijft grotendeels in lijn met 2025

De procentuele verdeling voor 2026 blijft grotendeels in lijn met 2025

De procentuele verdeling voor 2026 blijft grotendeels in lijn met 2025

Bron: Newmont. Gegevens per 30-06-2026. Vertegenwoordigt resultaten op basis van de guidance voor 2026. De categorie “Overig” van 5% omvat voornamelijk vrachtkosten, technologiegerelateerde kosten, administratieve personeelskosten, huren en operationele leasekosten.

De gevoeligheid voor de olieprijs is reëel, maar olie is niet de dominante kostenfactor; het is één component naast diverse andere. Veel mijnbouwbedrijven verminderen hun blootstelling aan brandstof aanzienlijk via langlopende leveringscontracten, hernieuwbare energiebronnen en actieve hedgingprogramma’s.

De rekensom achter de marges van goudmijnbedrijven

Het resultatenseizoen van goudbedrijven ging eind juli van start. Over het geheel genomen schatten wij dat de operationele resultaten tot nu toe grotendeels in lijn zijn met de verwachtingen, en dat de all-in sustaining costs in Q2 gemiddeld onder $2.000 per ounce uitkomen. Nu goud rond $4.000 per ounce wordt verhandeld, genereert de sector operationele marges van ongeveer $2.000 per ounce, een van de hoogste niveaus in de geschiedenis van de sector.

Zelfs in een stressscenario waarin de goudprijs vlak blijft en de kosten met 10–15% stijgen, genereert de sector nog steeds een aanzienlijke vrije kasstroom per ounce. De margebuffer die bij de huidige goudprijzen is opgebouwd, is betekenisvol. Voor bedrijven is een verdere stijging van de goudprijs niet nodig om zeer winstgevend te blijven; het volstaat dat de goudprijs zich grofweg binnen een bandbreedte blijft bewegen, en dat is een veel lagere drempel.

Deze veerkracht is van belang omdat zij verandert wat mijnbouwbedrijven met hun kasmiddelen kunnen doen. Wij verwachten dat large-cap- en mid-capbedrijven in de goudsector zich zullen blijven richten op:

  • Het verhogen en/of handhaven van dividenden
  • Het uitvoeren van aandeleninkoopprogramma’s
  • Het afbouwen van schulden en het versterken van balansen
  • Het financieren van exploratie- en organische groeiprogramma’s zonder afhankelijk te zijn van de uitgifte van aandelen of van hoge aannames voor de goudprijs

Dit is een gedisciplineerde kapitaalallocatie in een omgeving van sterke winstgroei, en het is een betekenisvolle verschuiving ten opzichte van hoe de sector zich historisch heeft gedragen.

Wat dit betekent voor goudbeleggers

De zorg over kosteninflatie bij goudmijnbedrijven is niet ongegrond. In ons onderzoek en onze evaluatie van deze bedrijven besteden wij veel aandacht aan kostentrends, en tijdens onze frequente gesprekken met het management zijn die altijd een belangrijk onderwerp. Wanneer dit echter in de volledige context wordt bekeken, zijn de kostenvooruitzichten voor deze sector niet zo zorgwekkend als zij op het eerste gezicht misschien lijken. Goudmijnbedrijven beschikken aan de omzetzijde over een natuurlijke inflatiehedge. Hun grootste kostenpost is arbeid, niet brandstof. Hun blootstelling aan energie is weliswaar reëel, maar gedeeltelijk afgedekt en structureel kleiner dan velen aannemen. En de geopolitieke krachten die energieprijzen opdrijven, behoren tot de meest betrouwbare katalysatoren voor een stijging van de goudprijs.

Goudmijnbedrijven genereren momenteel een vrije kasstroom waarmee zij aandeelhouders kunnen belonen, verplichtingen kunnen nakomen en kunnen investeren in toekomstige productie, zonder dat daarvoor een uitzonderlijk optimistische aanname over de goudprijs nodig is. In veel opzichten verkeren zij in de sterkste financiële positie die de sector in jaren heeft gekend.

Voor beleggers die een allocatie overwegen en zich zorgen maken dat kostendruk de kans ondermijnt, willen wij voorstellen de vraag anders te formuleren. Het risico is niet dat de marges instorten onder kostendruk. De relevantere vraag is of beleggers niet te veel nadruk leggen op kostendruk zonder evenveel gewicht toe te kennen aan de sterke marges en de kasstroomgeneratie van de sector.

Om meer inzichten over beleggen in goud te ontvangen, schrijf u in voor onze nieuwsbrief.

1 World Gold Council (31.07.2026)

2 MarketVector (31.07.2026)

Bronnen voor gegevens/informatie, tenzij anders aangegeven: Bloomberg en bedrijfsresearch, juli 2026.

BELANGRIJKE INFORMATIE

Dit is een marketingmededeling.

Deze informatie is afkomstig van VanEck (Europe) GmbH, dat geautoriseerd is als een EER-beleggingsonderneming onder de Markets in Financial Instruments Directive ("MiFiD"). Het geregistreerde adres van VanEck (Europe) GmbH is Kreuznacher Str. 30, 60486 Frankfurt, Duitsland, en is aangesteld als distributeur van VanEck-producten in Europa door de ManCo, die is opgericht naar Nederlands recht en geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dit materiaal is alleen bedoeld voor algemene en voorlopige informatie en vormt geen beleggings-, juridisch of belastingadvies. VanEck (Europe) GmbH en de aan haar gelieerde bedrijven (samen "VanEck") aanvaarden geen aansprakelijkheid met betrekking tot een beleggings-, desinvesterings- of aanhoudingsbeslissing op basis van deze informatie. Alle relevante documentatie moet eerst worden geraadpleegd.

De visies en meningen die hier worden gegeven, zijn die van de auteur(s) en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met die van VanEck. De meningen zijn actueel op de datum van publicatie en kunnen worden aangepast op basis van veranderende marktomstandigheden. Informatie die door bronnen van derden wordt verstrekt, wordt betrouwbaar geacht en is niet onafhankelijk gecontroleerd op nauwkeurigheid of volledigheid en kan niet worden gegarandeerd.

De MarketVector™ Global Gold Miners Index is het exclusieve eigendom van MarketVector Indexes GmbH (een volledige dochteronderneming van Van Eck Associates Corporation), die Solactive AG heeft gecontracteerd om de Index te onderhouden en te berekenen. Solactive AG spant zich maximaal in om ervoor te zorgen dat de Index correct wordt berekend. Ongeacht haar verplichtingen jegens MarketVector Indexes GmbH (“MarketVector”), heeft Solactive AG geen verplichting om derden op fouten in de Index te wijzen. De ETF van VanEck wordt niet gesponsord, onderschreven, verkocht of gepromoot door MarketVector en MarketVector doet geen uitspraak over de wenselijkheid van een belegging in de ETF. Met ingang van 19 september 2025 is de NYSE Arca Gold Miners Index vervangen door de MarketVector™ Global Gold Miners Index. Het is niet mogelijk om rechtstreeks in een index te beleggen.

Beleggen brengt risico's met zich mee, waaronder mogelijk verlies van de hoofdsom. Raadpleeg ETF-woordenlijst | VanEck voor onbekende technische termen.

Niets in dit materiaal mag in welke vorm dan ook worden verveelvoudigd en er mag ook niet naar worden verwezen in andere publicaties zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van VanEck.

© VanEck (Europe) GmbH

Belangrijke kennisgeving

Uitsluitend voor informatie- en advertentiedoeleinden.

Deze informatie is afkomstig van VanEck (Europe) GmbH. VanEck (Europe) GmbH is aangesteld als distributeur van VanEck-producten in Europa door VanEck Asset Management B.V., een beheermaatschappij onder Nederlands recht en geregistreerd bij de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM). VanEck (Europe) GmbH, met als vestigingsadres Kreuznacher Str. 30, 60486 Frankfurt, Duitsland, is een financiële dienstverlener die onder toezicht staat van BaFin, de Duitse toezichthouder voor de financiële markten. De informatie is uitsluitend bedoeld om beleggers te voorzien van algemene en voorlopige informatie en mag niet worden opgevat als beleggings-, juridisch of fiscaal advies. VanEck (Europe) GmbH en de aan VanEck (Europe) GmbH verbonden en gelieerde bedrijven (samen "VanEck") wijzen elke aansprakelijkheid van de hand met betrekking tot beslissingen die de belegger op basis van deze informatie neemt ten aanzien van het kopen, verkopen of aanhouden van beleggingen. De visies en meningen die hier worden gegeven, zijn die van de auteur(s) en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met die van VanEck. De meningen zijn actueel op de datum van publicatie en kunnen worden aangepast op basis van veranderende marktomstandigheden. Bepaalde verklaringen in deze bijdrage kunnen ramingen, voorspellingen en andere op de toekomst gerichte verklaringen zijn die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Wij achten de informatie die afkomstig is van derden, betrouwbaar. Deze informatie is echter niet onafhankelijk gecontroleerd. De nauwkeurigheid en volledigheid ervan kunnen daarom niet worden gegarandeerd. Alle indices die worden vermeld, zijn maatstaven voor het vergelijken van algemene marktsectoren en rendementen. Het is niet mogelijk om rechtstreeks in een index te beleggen.

Alle rendementsgegevens hebben betrekking op het verleden en bieden geen garantie voor toekomstige resultaten. Beleggen brengt risico's met zich mee, waaronder mogelijk verlies van de hoofdsom. Lees het prospectus en de essentiële beleggersinformatie voordat u gaat beleggen.

Niets in dit materiaal mag in welke vorm dan ook worden verveelvoudigd en er mag ook niet naar worden verwezen in andere publicaties zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van VanEck.

© VanEck (Europe) GmbH